Gepubliceerd op

Winstmarge berekenen: brutowinst, nettowinst en marge met voorbeelden

Je winstmarge berekenen doe je door je winst te delen door je omzet en te vermenigvuldigen met 100. Zo zie je hoeveel je overhoudt van elke euro omzet. Er zijn twee varianten: de brutomarge, waarbij je alleen je inkoopkosten aftrekt, en de nettomarge, waarbij je al je kosten aftrekt.

Een marketingconsultant bekijkt een geprinte offerte naast haar laptop en rekenmachine, aan een tafel voor een raam met uitzicht op een straat met bomen.

Brutowinst en nettowinst

Voordat je een winstmarge berekent, moet je weten welke winst je bedoelt:

  • Brutowinst is je omzet min de inkoopwaarde van wat je hebt verkocht. Bijvoorbeeld de klei en het glazuur voor een mok, of de producten die je doorverkoopt.
  • Nettowinst is je brutowinst min al je andere bedrijfskosten, zoals huur, software, reiskosten en afschrijvingen.

Alle bedragen zijn zonder btw. Hoe omzet, winst en het geld op je rekening van elkaar verschillen, lees je in verschil tussen omzet, winst en cashflow.

Winstmarge berekenen: de formules

WatFormule
BrutowinstOmzet − inkoopwaarde
BrutomargeBrutowinst ÷ omzet × 100%
NettowinstBrutowinst − overige bedrijfskosten
NettomargeNettowinst ÷ omzet × 100%
Marge per product(Verkoopprijs − inkoopprijs) ÷ verkoopprijs × 100%

De brutomarge zegt iets over je prijzen: hoeveel houd je over aan wat je verkoopt? De nettomarge zegt iets over je hele onderneming: hoeveel blijft er over na al je kosten?

Voorbeeld: winstmarge van een keramist

Je bent zelfstandig keramist en verkoopt mokken via je eigen webshop. In een kwartaal verkoop je 200 mokken van € 25 exclusief btw. Het materiaal kost € 8 per mok. Daarnaast betaal je € 1.400 aan atelierhuur, webshop en verzendmateriaal.

Bedrag
Omzet (200 × € 25)€ 5.000
Inkoopwaarde (200 × € 8)− € 1.600
Brutowinst€ 3.400
Atelierhuur, webshop en verzendmateriaal− € 1.400
Nettowinst€ 2.000
  • Brutomarge: € 3.400 ÷ € 5.000 × 100% = 68%
  • Nettomarge: € 2.000 ÷ € 5.000 × 100% = 40%

Van elke euro omzet houd je dus 40 cent over voor jezelf. Daarover betaal je nog inkomstenbelasting.

Marge of opslag: het verschil

Een marge reken je over de verkoopprijs. Een opslag reken je over de inkoopprijs. Dat lijkt hetzelfde, maar het scheelt veel:

  • Marge op de mok: (€ 25 − € 8) ÷ € 25 × 100% = 68%
  • Opslag op de mok: (€ 25 − € 8) ÷ € 8 × 100% = 212,5%

Wil je een vaste marge halen, reken dan terug vanaf je inkoopprijs:

Verkoopprijs = inkoopprijs ÷ (1 − gewenste marge)

Voor een marge van 20% op een product dat € 80 kost, deel je € 80 door 0,8. De verkoopprijs wordt € 100. Tel je simpelweg 20% op bij € 80, dan vraag je € 96 en is je marge maar 16,7%.

Tel daarna de btw op om je prijs voor klanten te krijgen. Hoe dat werkt, lees je in btw berekenen.

Winstmarge als dienstverlener

Verkoop je alleen je tijd, zoals veel zzp’ers, dan heb je geen inkoopwaarde. Je brutowinst is dan gelijk aan je omzet en je brutomarge is 100%. Voor jou telt vooral de nettomarge: welk deel van je omzet blijft over na je kosten?

Bereken die per jaar met je winst-en-verliesrekening en vergelijk hem met vorig jaar. Daalt je nettomarge, dan stijgen je kosten sneller dan je omzet, of is je uurtarief te laag geworden.

Moet je dit zelf uitrekenen?

Nee. Met Ombora hoef je je marges niet zelf uit te rekenen. Ombora verwerkt je verkopen, inkopen en kosten in je boekhouding en houdt je omzet en winst voor je bij. Belangrijke beslissingen gebeuren pas na jouw akkoord.

Veelgestelde vragen